|
De cultuurpsychologie
van Michael Cole
Bespreking van
Michael Cole, (1996). Cultural Psychology: A Once and Future
Discipline. Cambridge, MA: The Belknap Press of Harvard University
Press.
400 p. Eerder verschenen in Psychologie
& Maatschappij, 82, 1998.
Theo Verheggen
Dat
cultuurpsychologie een discipline is die zich de laatste jaren in
rap tempo ontwikkeld, staat buiten kijf. Om met Stigler e.a. (1990,
p. vii) te spreken: "Cultural psychology seems to be very much
in the air these days". De relatief jonge leeftijd van cultuurpsychologie
maakt dat er eigenlijk nog geen standaardwerk op dit vakgebied bestaat.
Met de titel van zijn boek én met de twee centrale vragen uit de
introductie "Why do psychologists find it so difficult to keep
culture in mind?" en "If you are a psychologist who believes
that culture is a fundamental constituent of human thought and action,
what can you do that is scientifically acceptable?" wekte Michael
Cole bij mij de verwachting zo'n standaardwerk, of in ieder geval
een historische en inhoudelijke analyse van het vakgebied, te willen
leveren.
Eigenlijk
kent Coles boek drie zwaartepunten: geschiedenis, veldwerkbeschrijving
en methode. (1) In de eerste twee hoofdstukken geeft de auteur een
interessant maar vrij kort overzicht van het denken over de relatie
cultuur/psyche, van Herodotus tot aan Wilhelm Wundt. Na de negentiende
eeuw heeft de psychologie dit "pad van geschiedenis en cultuur"
genegeerd, om zich vrijwel uitsluitend te concentreren op het cartesiaanse
"wetenschappelijke pad" van mathematica en experimentatie,
aldus Cole. (2) Het grootste deel van zijn boek is gereserveerd
voor beschrijvingen van Coles jarenlange onderzoekservaring als
ontwikkelingspsycholoog, met name van zijn studies in Afrika op
het gebied van cognitieve ontwikkeling en scholing. Zijn antropologisch-ontwikkelingspsychologische
veldwerk leerde hem dat cognitieve vermogens grotendeels worden
bepaald door de lokale, dagelijkse praktijken van mensen. Een gegeven
waar de gestandaardiseerde westerse tests volgens de auteur geen
vinger achter kunnen krijgen. Eind jaren zestig ontwikkelt hij derhalve
interesse voor het cross-culturele psychologisch onderzoek als aanvulling
op zijn ontwikkelingspsychologische werk, zo lezen we. Het programma
dat hem vanaf dan voor ogen staat, duidt hij aan als 'cultuurpsychologie'.
Het is de verdienste van Cole dat hij, geïnspireerd door het werk
van zijn leermeester Alexander Luria en van Lev Vygotsky, als één
van de eersten het werk van de Russische cultuurhistorische school
introduceert in de westerse psychologie. Met haar nadruk op praktijken
en activiteiten, op de sociaal-historische inbedding van mensen
én op het gebruik van gereedschappen culturele 'artefacten' of 'tools'
die gedrag mediëren, is deze school inmiddels uitgangspunt voor
veel huidige cultuurpsychologen. In het boek werkt Cole met name
de idee van tool mediated action uit. Hij relateert de ontwikkeling
van artefacten (waaronder men volgens Cole niet alleen materiële
goederen maar ook taal, symbolen, overtuigingen en spel moet rekenen)
aan de ontwikkeling van de mens als soort en aan de ontwikkeling
van de mens als individu. 'Cultuur' wordt hierbij steevast geconceptualiseerd
in termen van de verzameling artefacten die mensen hanteren enerzijds
en in uiterst vage termen van context als that which surrounds
anderzijds. (3) De hoofdstukken 9 en 10, tenslotte, zijn gewijd
aan methodologie en dan met name aan de Fifth Dimension:
een interactief spel dat Cole en collega?s ontwikkelden om een real
life setting te creëren waarin kinderen onder toezicht van begeleiders,
die zelf ook deelnemen aan het spel, educatieve taken uitvoeren.
De Fifth Dimension wordt langdurig gespeeld. Het kan een
semester of zelfs een heel jaar in beslag nemen. Zo ontstaat volgens
Cole een context of 'cultuur' waarin men de (cognitieve) ontwikkeling
van de kinderen kan bestuderen alsmede het gedragsmediërende effect
van artefacten (hier onder meer de taken die moeten worden uitgevoerd
of een specifieke taal die men gaat hanteren). In de Fifth Dimension
schuilt volgens hem een vruchtbare methodologie voor cultuurpsychologie.
Laat
ik terugkeren naar de twee probleemstellingen uit de inleiding van
het boek. Deze vind ik nogal onduidelijk. Zo is de eerste vraag
("Why do psychologists find it so difficult to keep culture
in mind?") mijns inziens vatbaar voor tenminste twee interpretaties;
een letterlijke en een figuurlijke. Cole gaat zelf jammergenoeg
niet in op deze ambiguïteit. De figuurlijke interpretatie "Waarom
vinden psychologen het zo moeilijk om rekening te houden met (to
keep in mind) cultuur?" wordt nauwelijks geproblematiseerd
terwijl ze volgens mij toch van belang is, gelet op de titel van
het boek. Weliswaar geeft de auteur in hoofdstuk 1 een historische
schetst waaruit blijkt dat de vroege psychologie, via onder meer
Wilhelm Wundts Völkerpsychologie, een open oog heeft gehad
voor het feit dat de menselijke psyche (mind) nooit begrepen
kan worden los van de organisatie van het sociaal-culturele leven,
maar waarom dit inzicht tot de late jaren 60 uit het westerse, psychologische
aandachtsveld is verdrongen, wordt nauwelijks besproken. Over de
cruciale momenten van cultuurpsychologie als een once en
future discipline komt men zo weinig aan de weet. Het gaat
Cole voornamelijk om de letterlijke betekenis van zijn eerste vraag,
namelijk: "Waarom vinden psychologen het zo moeilijk om cultuur
[conceptueel] in de psyche te houden?" De auteur formuleert
cultuurpsychologie vervolgens in termen van een culture-inclusive
psychology (p. 8) en vooral als een study of culture in mind
(ibid.). Hierdoor wordt de suggestie gewekt dat cultuur,
wat het ook is, kan worden toegevoegd aan de psyche. Huidige cultuurpsychologen
proberen echter te begrijpen hoe psyche en cultuur, als twee kanten
van eenzelfde medaille, elkaar wederzijds definiëren. De idee van
cultuur als context komt daarmee onder druk te staan (Shweder, 1990).
Terwijl Cole aangeeft het met Shweder eens te zijn, houdt hij vast
aan de idee van cultuur als context. Elders in het boek formuleert
hij cultuur weer als de verzameling artefacten. Zo goochelt hij
nogal met zijn conceptualisering van cultuur, wat meer dan eens
leidt tot tegenstrijdigheden.
Overigens
wordt Coles eerste vraag niet opgehelderd, ondanks de twee antwoorden
die de auteur formuleert in het laatste hoofdstuk. De korte variant
luidt: psychologie heeft de eenheid van cultuur en psyche verbroken
door de eerste als stimulus en de tweede als respons op te vatten.
En in de 'lange' antwoordvariant argumenteert de schrijver dat de
domeinen cultuur en psyche vanaf de institutionalisering van de
sociale/gedragswetenschappen zijn verdeeld over verschillende disciplines
als antropologie, psychologie, sociologie, linguïstiek etc. Net
zo min krijgt de lezer antwoord op Coles tweede (vage) probleemstelling:
"Wanneer je als psycholoog meent dat cultuur constituerend
is voor menselijk denken en handelen, wat kun je dan doen dat wetenschappelijk
acceptabel is"? Cole volstaat met de constatering dat de huidige
academische tijdgeest de vraag naar de constitutieve rol van cultuur
voor menselijk gedrag rechtvaardigt. Daar kan de lezer het mee doen.
Na 330 pagina's vind ik deze 'conclusies' wel erg triviaal. Het
is jammer dat Cole zich nauwelijks tot actuele discussies verhoudt.
Weliswaar passeert naast de eerder genoemde Lev Vygotsky en Alexander
Luria, een behoorlijk aantal hedendaagse (cultuur)psychologen zoals
Jerome Bruner en Roy D'Andrade de revue, maar hun ideeën worden
slechts aangestipt. Weinig kritisch zoekt Cole hoofdzakelijk congruenties
tussen zijn variant van cultuurpsychologie en die van andere auteurs.
Ook blijft de uitwerking van zijn methode oppervlakkig. De boodschap
van de Fifth Dimension is niet veel meer dan dat men als
setting een activiteit moet kiezen waarin de onderzoeker
zowel participant als analist is. Over de aard, vergaring en analyse
van de data blijft de lezer echter in het ongewisse.
Als
ontwikkelingspsycholoog en protagonist van de cultuurhistorische
school heeft Cole zijn sporen ruim verdiend binnen de westerse psychologie.
Zijn pleidooi voor het bestuderen van dagelijkse praktijken en activiteiten
van mensen in een real life setting is altijd een veelbelovend uitgangspunt
geweest voor de discipline die zich cultuurpsychologie noemt. Maar
de afgelopen 10 jaar is er wel wat veranderd op dit terrein. Veel
van de door Cole gehanteerde conceptualiseringen van cultuur (cultuur
als context, cultuur als verzameling artefacten, of cultuur als
variabele) staan momenteel op de helling. De auteur verhoudt zich
niet tot deze recente ontwikkelingen. In dat licht vind ik de titel
van het boek te pretentieus. Cultural Psychology: A once and
future discipline gaat mijns inziens namelijk niet over de discipline.
Wat Cole in feite presenteert is zijn eigen, amalgame variant van
cultuurpsychologie.
Literatuur
Shweder, R. (1990) Cultural psychology: What is it? In: J. Stigler,
R. Shweder, & G. Herdt (Eds.), Cultural Psychology: Essays on
comparative human development. Cambridge: Cambridge University
Press, 1 - 43.
Stigler, J., Shweder, R., & Herdt, G. (Eds.) (1990). Cultural
Psychology: Essays on comparative human development. Cambridge:
Cambridge University Press.
|